Archives for posts with tag: Socialisme

De wind lijkt wat stil te zijn gevallen op het Koreaanse schiereiland.
Maar op elk moment kan er een nieuwe storm losbarsten omdat de vrede en eenmaking wordt onmogelijk gemaakt door het Amerikaans imperialisme.

North Korea poster
Om niet opnieuw uit zijn lood te worden geslagen bij de volgende crisis (hoevelen onder ons denken niet dat Noord-Korea bijna alle schuld treft?) is het nuttig deze analyse van   te lezen:
“What’s Annoying the North Koreans?” van Gregory lich
Een vertaling van dit artikel is te lezen op de website van journalist Michel Collon:
“Qu’est-ce qui énerve les Nord-Coréens ?”.

Hier een vrije vertaling in het Nederlands.

   Wat maakt de Noord-Koreanen zenuwachtig?
Gregory lich , (vertaling 15 mei 2013).

De spanning tussen de VS en Noord-Korea heeft haar hoogtepunt bereikt (in april  en mei 2013, nvdr). De meeste Westerse media is wijzen hier de buitensporig onredelijke retoriek van Noord-Koreaanse leiders met de vinger. We krijgen te horen dat NK zomaar, zonder reden de spanningen terug opdrijft. Noord-Korea is hier de schuldige en de Obama regering het onschuldige slachtoffer. Wat we echter missen bij diezelfde Westerse media is een totaalbeeld, een ‘global picture’. Zoals dikwijls het geval is geven de media de gebeurtenissen van het moment weer, heet van de naald en zonder achtergrond.

Nochtans vindt men in een recent verleden redenen genoeg om de Noord-Koreaanse zenuwachtigheid te begrijpen. In de voorbije maanden liet de VS-regering zich niet onbetuigd in de opbouw van de spanningen tussen Noord en Zuid-Korea.

We schrijven oktober 2012. De VS stelde de Zuid-Korea, als enig land, vrij van controle door het internationale reglement voor rakettechnologie. Zo heeft Zuid-Korea het hele Noord-Koreaanse grondgebied in schietbereik. In diezelfde maand wijzigden de VS en Zuid-Korea de natuur van hun alliantie. Ze ontwikkelden een plan van “aangepaste ontrading” waarin ook een gezamenlijk optreden begrepen is, zelfs bij kleinere incidenten. Die “aangepaste ontrading’ bevat volgende elementen:

Cruciaal is de ‘vernietigingsgordel’ om de sites met ballistische raketten te raken. Dat werkt als volgt: VS satellieten en drones zullen ze detecteren, waarna de ballistische raketten en gevechtsvliegtuigen ze zullen vernietigen. Zij zien dit als ‘preventieve actie bij perceptie van een imminente lancering vaan Noord-Koreaanse raketten. J.-M. Jonas,  adjunct hoofd van de VN voor Korea zegt: “Ja, zelfs als de raketten nog niet schietensklaar staan”….

Onmiddellijk na de lancering van een Noord-Koreaanse observatiesatelliet volgde de beschuldiging dat het om een “verdoken ballistsiche raket’ ging. Pyongyang ontkende dit.

Experten in rakettechnologie geven Pyongyang gelijk. Zij spraken van “een satelliet met een traject dat een scherpe bochtvoorzag om Taiwan en de Filippijnen zorgvuldig te vermijden, een techniek die voor een raket contraproductief is.”

Na onderzoek van de wrakstukken, opgevist door Zuid-Koreaanse oorlogsbodems bevestigt ook Marcus Schiller, ruimtevaartingenieur werkzaam te  Munich, dat het rapport van de VS “fout” was. Immers had de tweede trap van de satelliet een zwakke stuwkracht  met een trage ingebouwde verbranding, een technologie voor satellieten bij uitstek. Zo’n technologie zou de meer dan 1000 km draagwijdte van een ballistische raket inkorten. Een raket vereist net een tegengestelde techniek. Andere noodzakelijke technologie waarbij de terugkeerfase en operationele flexibiliteit van een raket essentieel zijn, kan niet gelanceerd worden via een satelliet.”

Een interessant detail: diezelfde dag lanceerde ook Indië een gelijkaardige satelliet met een ballistische raket. Volledige stilte van Amerikaanse kant……………

De lancering van deze satelliet gaf Obama de kans om de lus rond Noord-Korea nauwer aan te halen. Na heel lange onderhandelingen slaagde hij erin een VN-resolutie gestemd te krijgen. Resolutie 2087 van 22 januari 2013 voorziet nieuwe sancties tegen Noord-Korea.. nochtans erkent het Internationaal Akkoord over het buitenluchtruim dat elke staat ‘zonder welke discriminatie ook’ het recht heeft de ruimte te verkennen. Noord-Korea heeft woedend gereageerd omdat zij het enige land ter wereld zijn die verbod krijgt om een satelliet te lanceren. Volgens hen heeft de VS regering het VN charter geschonden  dat stipuleert “De VN baseert zich op het principe van gelijke soevereiniteit van al haar leden.”

De Noord-Koreaanse VN afgevaardigde So Se Pyong, verklaarde: “Sinds het ontstaan van de VN werden 2000 nucleaire testen uitgevoerd en 9000 satellieten in de ruimte gebracht. Er is nooit ook maar één resolutie van de veiligheidsraad gestemd  die nucleaire testen en satellietlanceringen verbiedt.” Pyongyang beschuldigt de VS de VN te gebruiken ‘in functie van hun vijandige politiek tegenover Noord Korea.’

Het verraste niemand toen Noord-Korea op 12 maart 2013 zijn verzet tegen de VS politiek toonde met een derde nucleaire test.
Enkele dagen later herinnerde Noord-Korea aan het lot van die naties die hun atoomprogramma hadden opgegeven als reactie op de Amerikaanse druk (vermoedelijk Libië en Syrië) . Deze voorbeelden, zo menen zij, bewijzen ” deze waarheid: het is nodig om tegenover de  nucleaire VS-chantage substantiële maatregelen te nemen zonder compromis of zonder terug te trekken”.

Het duurde drie weken voor de VN-Veiligheidsraad uiteindelijk een resolutie stemde als antwoord op deze nucleaire test. De scherpste discussie betrof het al of niet opnemen van Hoofdstuk 7, Art 42 dat militaire sancties mogelijk maakt. De VS en Zuid-Korea drongen hier scherp op aan.

China weigerde dit artikel terecht omdat dit het oorlogsgevaar in de regio alleen maar zou doen toenemen. Ook strengere VS maatregelen verwierpen ze. Militaire controle zou uiterst gevaarlijk zijn, zeker als men weet dat de VS de Koreaanse oorlog begon  in toepassing van artikel 42.

Alhoewel de VS-eisen niet allemaal zijn ingewilligd, kunnen zij dank zij de Resolutie 2094 van de veiligheidsraad van 8 maart 2013, heel wat objectieven verwezenlijken.

Zo vraagt de Obama regering de naties om de Noord-Koreaanse vliegtuigen en schepen te controleren die verdacht worden verboden goederen te leveren.

De Noord-Koreaanse bankactiviteiten worden sterk beknot. De resolutie verbiedt de naties om met Noord-Korea grote geldsommen te verhandelen, o.a. bij het diplomatiek personeel dat onder ”scherpere controle” komt, hoewel dit ingaat tegen de Conventie van Wenen over de diplomatieke betrekkingen.

De beperking van de Noord-Koreaanse bankactiviteiten is de maatregel die de economie het zwaarst zal treffen… Evans J.-R. Revere, hoog ambtenaar van Buitenlandse zaken in de VS, zegt hierover “deze maatregel zal Noord-Korea beletten om heel wat zaken te financieren, op de eerste plaats de normale handel. Het verbiedt de naties,  buitenlandse bedrijven en banken handel te drijven met de Fair Trade Bank op straffe van uitsluiting uit het VS financieringssysteem. De internationale handel gebruikt nu eenmaal de dollar als basismunt, wat vereist dat de transacties via het Amerikaans systeem verlopen. Een financieel analist hierover: “De Chinese banken zullen niet meer met de Noord Koreaanse banken kunnen werken.”

Australië en Japan zegden hun actieve deelname aan dit plan toe. Een hoog functionaris van het Amerikaanse ministerie van Financiën en zijn secretaris, Jack Lew, hebben China gevraagd hetzelfde te doen. Ook president Obama telefoneerde hierover naar de Chinese Eerste Minister, Xi Jinping. Ook verhogen de VS verantwoordelijken de druk op China door erop te wijzen dat indien China “Noord-Korea niet streng bestraft” de VS haar militaire aanwezigheid in Azië zal opdrijven.

In China beseft men goed dat deze maatregel zowel China als Noord-Korea treft. De keuze die de VS hen laat is: ofwel de VS militarisering van de regio zien toenemen en de omsingeling van China intensifiëren, ofwel kan China toegeven aan de Amerikaanse druk en de Noord-Koreaanse economie kan ondermijnen. Wanneer China toegeeft aan die druk en maatregelen tegen Noord-Korea neemt is het heel goed mogelijk dat China ontdekt dat de VS op geen enkele wijze hun opmars in Azië zullen stopzetten den dat hun militaire aanwezigheid en hun omsingeling van China onverminderd zullen doen toenemen.

Van zijn kant neemt ook Zuid-Korea maatregelen die het oorlogsgevaar doen toenemen.

Zij ondertekenden met de VS een samenwerkingsakkoord waarbij “de VS-strijdkrachten de Zuid-Koreaanse strijdkrachten moeten bijstaan wanneer zij een Noord-Koreaans doel aanvallen.” Een legerfunctionaris zegt hierover dat dit plan rekening houdt met de Zuid-Koreaanse politiek om “niet alleen de oorzaak van de provocatie, maar ook de krachten die het ondersteunen en de commandanten van antwoord te dienen”. Bepaalde scenario’s voorzien dat de VS en Zuid-Koreaanse strijdkrachten ingezet kunnen worden op het Noord-Koreaans grondgebied en in zijn territoriale wateren. Verder stipuleert het akkoord dat de Zuid-Koreaanse troepen eerst de VS moeten raadplegen, maar als Zuid-Korea steun vraagt kan de VS niet weigeren.

Het machtsvertoon om Noor-Korea te intimideren ging van start op 11 maart. Beide landen  startten  hun jaarlijkse Key Resolve militaire oefeningen die de militaire oefeningen  Foal Aigle omkaderen, welke twee maanden (tot begin mei) zullen duren. Tijdens die oefeningen stegen B52 bommenwerpers (potentiële nucleaire dragers) op vanuit Guam en dropten oefenmunitie boven Zuid-Korea

De Amerikaanse militairen weten heel goed dat zoiets de noorderburen woedend maakt. Zij hebben immers de  Koreaanse oorlog in hun achterhoofd waarbij de VS-vliegtuigen de politiek van de geschroeide aarde toepasten en de Noord-Koreaanse steden en grote dorpen van de kaart veegden.

Ook de kernonderzeeër USS Cheyenne, met zijn Tomahawk raketten, nam deel aan Foal Aigle.

Kort daarna werd de B 2 Stealth ingezet boven Zuid-Korea. ”Aangezien het onzichtbaar is, kan de B2 radars ontwijken, luchtafweergeschut verschalken en zelf conventionele of kernwapens droppen. “Noord-Korea heeft het meeste schrik van dit strategisch wapen”, aldus een hoog militair kader in de VS.

Als enig vliegtuig kan  de B2 Stealth de penetratiebom Massive Ordnance Penetrator (van 13600 kg) droppen die op 60 meter onder de grond tot ontploffing komt. Het machtsvertoon ging verder met de F22 Stealth straaljager. Hoewel Zuid-Korea de VS verzocht deze wapens niet publiek te tonen om de Noord-Koreaanse gevoelens niet te kwetsen, hielden deze geen rekening met die vraag.

Eén van de scenario’s uit het “play book”(boek met mogelijke oorlogsscenario’s) van de Obama-regering is de oprichting van een militaire organisatie om Noord-Korea binnen te dringen. Hun doel is zich van de kernwapens meester te maken in geval van een Noord-Koreaanse crisis. Ook “sleutelpersonages” zouden hierbij worden gearresteerd. Deze militaire groep zou uit VS militairen, agenten van de inlichtingendiensten en anti-terrorisme personeel bestaan. Zij testten dit scenario in het raam van de Key Resolve oefeningen.

Na zijn resem provocaties tegen het land heeft de Obama-regering ervan gebruik gemaakt om de Noord-Koreaanse regering met de vinger te wijzen en zodoende de plaatsing van anti-raket tuigen te rechtvaardigen. Het Pentagon zou 14 anti-raket raketten toevoegen in Fort Greely, Alaska, en een anti-raket radar in Japan. Hij kondigde ook de ontplooiïng aan, voor de eerste keer, van een batterij ‘terminal High-Altitude Area Defense tTHAAD) (anti-raket dispositief).

De krant Wall Street Journal rapporteert dat deze “playbook” scenario’s reeds lang voorzien waren door de VS regering. Dus hebben de VS Noord-Korea bewust geprovoceerd. Het artikel zegt verder dat de VS regering haar “play book” op pauze heeft gezet nadat de media melding maakten van de ontplooiing van twee raket destroyers naar het Westen van de Stille Oceaan, dat ze aanvoelden dat deze maatregel de Noord-Koreanen te ver zou drijven. Die maatregel was niet bedoeld voor publicatie, hoewel hoge legerfunctionarissen in de VS beweren dat er nooit een zwijgplicht bestond vanwege het Witte Huis. Maar het reeds geïnstalleerde militaire materiaal wordt niet weggehaald en gaan de militaire oefeningen Foal Aigle onverminderd verder.

Het leidt geen twijfel dat de Noord-Koreaanse gezagsdragers en de media olie op het vuur hebben gegoten. Zij verhardden de uitwisselingen via de militaire hotline met Zuid-Korea. Zo kondigden zij aan hun nucleaire reactor te  Yongbong terug op te starten en sloten zij de industriële zone van Kaesong, wat de tegenstellingen fel verscherpte.

Nochtans zit er een logica in hun gedragingen. Obama is nooit bereid geweest te onderhandelen met Noord-Korea en hij mikt duidelijk op een regime wissel door voortdurend sancties aan te scherpen en militaire plannen te maken die de Democratische Volksrepubliek Noord-Korea in zijn bestaan bedreigt. Uiteindelijk hebben de Amerikaanse plannen Noord-Korea aangemoedigd een nucleair bewapeningsprogramma te ontwikkelen dat, gezien hun verouderde conventionele wapenarsenaal, het enig realistisch antwoord op een aanval is. niet hebben gerespecteerd en dat is de reden waarom het nucleair probleem van het Koreaans schiereiland niet is opgelost. . het is mogelijk, aldus de  specialist dat Washington  dat n

De keuze is beperkt voor Noord-Korea: ofwel buigt het land voor de VS dreiging en laat het zijn economie ondermijnen, ofwel reageert het land harder. De boodschap die het uitzendt: als de VS toeslaat zullen zij harder reageren dan de VS vermoedt. Deze situatie creëert een vicieuze cirkel: de enige manier om uit deze impasse te geraken zijn vredesonderhandelingen. Maar de VS weigert hardnekkig. Chen Qi, een specialist internationale betrekkingen van de Tsinghua universiteit merkt op dat “de VS de Noord-Koreaanse veiligheidsproblemen niet wenst op te lossen en dat dit de reden is waarom het nucleair probleem aansleept, want dit biedt de VS de kans  om haar militaire aanwezigheid op te drijven , haar anti-raket systemen te installeren en haar militaire oefeningen in de regio voort te zetten. En zo zitten ze op koers met de verhogen van hun militaire aanwezigheid in Azië.”.

Zuid-Korea zou een belangrijke rol kunnen spelen in een vreedzame oplossing, maar deze optie is niet aan de orde van de dag. De oplossing kan nog vijf jaar op zich laten wachten, totj de volgende Zuid-Koreaanse presidentsverkiezingen. Dat is lang, gezien de VS plannen om de spanningen in het Koreaanse schiereiland te doen toenemen. Deze kunnen de regio op de rand van een oorlog brengen.

Boekbespreking:     Fidel & Che boek

Simon Reid-Henry

De Geus, Breda, 2009.

Het oorspronkelijk boek: Fidel & Che: A revolutionary friendship
werd in 2008 uitgegeven bij Hodder and Stoughton, Ltd te Londen.

Het boek van Simon Reid-Henry Fidel & Che, een revolutionaire vriendschap maakt brandhout van alle verhalen over strategische meningsverschillen tussen hen beiden. Tegelijk laat de auteur, die zijn sympathie voor de revolutionairen en Cuba niet verbergt, zich niet meeslepen in de romantiek en de personencultus die soms rond Castro, maar zeker rond Che[i] hangen. Een wetenschappelijk biografie kan zich daartoe niet laten verleiden. De romantiek en personencultus rond beide zijn best te begrijpen als men beseft wat zij voor de mensen in Cuba, in Afrika, in de landen van de derde wereld en zelfs hier, betekenen. Zo een benadering kan natuurlijk wel in romans en films.

Het boek bestaat uit een inleiding, een meeslepende proloog en vier delen met telkens vier, vijf hoofdstukken.
Het verhaal loopt chronologisch en is (voor zover het historisch kan) verdeeld in verschillende thema’s.
Het bevat twee kaarten. Een kaart van Cuba: handig om de ontwikkeling van de Cubaanse bevrijdingsstrijd te volgen. Een wereldkaart waarin men “de wereld rond met Fidel en Che: 1948-1967” kan reizen.

Het is te merken dat de auteur geograaf van opleiding is. Hij beschrijft daardoor zeer goed onder welke geografische context omstandigheden de strijd in Cuba, Congo en Bolivia verliep, welke de. En wat de voor- en nadelen van het terrein van de operaties zijn.

Op twee plaatsen in het boek worden telkens zowat 15 historische foto’s afgedrukt.
Veel gekende (obligate) foto’s maar ook onbekende illustraties.

De proloog brengt de lezer in de stemming om het boek te beginnen verslinden.

Net zoals als in een roman of film sleept de proloog sleept de lezer mee in het verhaal over de historische oversteek eind 1956 van Fidel, Che en andere revolutionairen van Mexico naar Cuba met het wankele bootje, de Granma. Deze waanzinnige oversteek en het uiterst moeilijk begin van de guerrilla-activiteiten maken duidelijk dat de Cubaanse revolutie kon rekenen op heel wat geluk en ook dat guerrillero’s elk ongeluk in hun voordeel konden omkeren.

Deel 1.

In dit eerste deel maken we kennis met de jeugd van Fidel en Che en het begin van hun politiek engagement.

Bij de beschrijving van hun jeugd is wel enige kennis vereist van de geschiedenis van Cuba en Argentinië. Het voortdurend verspringen van Fidel naar Che, toen ze nog niet verenigd waren, moet wel wat wennen en vereist enige concentratie.

Men leert snel de gemeenschappelijke karaktertrekken van Fidel en Che kennen: liefde voor het volk en de vrijheid, intelligentie, karaktersterkte, leergierigheid, rusteloosheid, hunkering naar actie en succes. Al worden de verschillen tussen Fidel en Che ook duidelijk. De ene is Cubaan en de andere Argentijn, wat in het begin, van groot belang is.
Ze hebben ook een verschillende sociale achtergrond; Fidel is een moeilijke zoon en Che, in zijn jonge jaren, een moederskind.

Zeer vroeg kiest Fidel voor het politiek engagement en ontpopt hij zich als charismatisch leider met een meeslepend revolutionair verhaal maar ook als een zeer goede organisator en tacticus. In de gevangenis, na de mislukte aanval op de Moncadama kazerne op 26 juli 1953, wordt Fidel communist dankzij de studie van de werken van Lenin en andere revolutionairen. In mei 1955 komt hij vrij en vertrekt naar Mexico.

Che wil de wereld ontdekken voordat hij de wereld wil gaan veranderen.
Zijn legendarische reis doorheen Zuid-Amerika is ons allen bekend. Minder geweten is dat Che zeer vroeg door zijn studie van het marxisme-leninisme communist wordt.

Dat grote revolutionairen “iets” met vrouwen hebben is ook bij Fidel en Che in hun rusteloos liefdesleven duidelijk. Terecht verwijst de auteur naar de rol die Hilda Gadea Acosta, de eerste vrouw van Che speelde in zijn politiek engagement en vorming.

Interessant is ook de ervaring die Che opdeed bij de – door de USA en United Fruit Compagnie gefinancierde – staatsgreep in Guatemala in 1953. Zo leert hij dat men tegenover de dictatuur van de bezittende klasse en het imperialisme enkel de revolutie en de dictatuur van het volk kan plaatsen.

Deel 2.

In deel twee wordt het lot van Fidel en Che met elkaar verbonden. Ze leren elkaar kennen in hun vluchtoord Mexico. Fidel toonde een grote interesse in de ervaringen van Che in Guatemala. Fidel profileert zich als nationalist en democraat en kan zo heel wat geld inzamelen. In het geheim bereidt hij militair en organisatorisch de revolutie in Cuba voor door “een invasie” met een klein guerrillaleger. De eerste maanden in de Siërra Maistra zijn enorm hard. Het klein revolutionaire leger wordt er ei zo na bijna volledig vernietigd. Che, “de scherpschutter” neem steeds meer militaire verantwoordelijkheid op. Fidel neemt bijna alle taken op zich – waaronder de frontvorming met andere weerstand-kernen en de democratische oppositie.

Che profileert zich als communist en is soms voortvarend bij militaire acties. Hij is ook bijzonder streng, wat echt wel nodig was. Hij voert zelf een executie van een verrader uit. Che is bang dat de revolutie haar elan zou verliezen door veel te veel rekening te houden met de legale oppositie. Deze valt door de mand wanneer een algemene staking van april 1958 door de repressie wordt neergeslagen. Enkel de gewapende revolutie biedt perspectief.

De Verenigde Staten, die op zoek zijn naar een “democratisch” alternatief voor de dictatuur van Batista, zijn in de war. Ze rekenen erop de nationalist Fidel onder controle te kunnen houden en geloven de geruchten over de verdeeldheid tussen Fidel en Che. De verovering van Santa Clara, waarbij Che een grote rol speelde, opent de weg naar de hoofdstad. Op 1 januari 1959 wordt Havana veroverd en heeft de Cubaanse revolutie het pleit gewonnen.

Deel 3.

Eerst leek de Cubaanse revolutie enkel een nationale en democratische revolutie.

Een revolutie die niets te maken had met socialisme of communisme. Fidel deed alles om dat de Amerikanen te doen geloven. Alleen Che had zich als communist geprofileerd. Fidel en Che begonnen met de Cubaanse communisten samen te werken en zich te organiseren om de macht te kunnen behouden.

Fidel doet een goodwill reis naar de Verenigde Staten maar hij vangt bot bij de conservatieve regering. De beloofde landbouwhervorming wordt doorgevoerd en er worden plannen gemaakt om het land te industrialiseren om uit de greep van de monocultuur van rietsuiker te geraken.

Als minister wordt Che een centrale figuur voor de economische opbouw van het land. Daarvoor gaat een cursus “politieke-economie” volgen op de universiteit…

Hij wil een planmatige aanpak van de economie, maar rekent tegelijk op de grote morele inzet van de Cubaanse werkers.

Che gaat ook op wereldreis in 1960 en legt de basis van, wat later na een nieuwe wereldreis in maart 1965, de  tri-continental  beweging zal worden. De Cubaanse revolutie dwingt ook steeds meer het respect en de sympathie af van “links” in Europa. Franse intellectuelen, die ontgoocheld zijn in het bestaande socialisme kijken vol verwachting naar Cuba.
De Verenigde Staten maken het Cuba steeds moeilijker door de invoer van de Cubaanse suiker te verlagen. Cuba moet nu wel kunnen rekenen op de steun van de Sovjet-Unie.

De (volgens de auteur) “liberale fase” van de revolutie loopt ten einde, zeker nadat de invasie in de varkensbaai wordt neergeslagen in april 1961.
Maar diegenen die dachten dat Cuba onder de controle van de Sovjet-Unie zou komen vergissen zich. Fidel en Che laten niet toe dat de Cubaanse communisten de lakens gaan uitdelen in Cuba. Tijdens de internationale ontmoetingen steunt Cuba het anti-imperialistische kamp en de gewapende bevrijdingsstrijd. Deze strategie staat haaks op de politiek van “vreedzame co-existentie” van de Sovjet-Unie. Che wordt verdacht van maoïstische sympathieën. Fidel van zijn kant probeert het vertrouwen van Chroesjtsjov te behouden, zonder zich echter te onderwerpen.

De rakettencrisis van hat najaar 1962 was de zwaarste die Cuba tot dan had gekend.
Het verloop en de afloop van die crisis, die “de wereld op de rand van een kernoorlog” bracht is zeer interessant.

Het bezit en de aanmaak (vermeend of niet) van atoomwapens is een zeer belangrijk onderwerp in de hedendaagse internationale politiek. De agressieve politiek van de Verenigde Staten tegenover staten, die niet zwichten voor hun chantage, kan uitdraaien op een nieuwe oorlog.

Fidel vond het plaatsen van atoomraketten een goed idee en een versterking van het socialistisch kamp dat permanent werd bedreigd door de VS.
Fidel wist dat Cuba kon worden aangevallen en zelf een kernoorlog kon uitlokken.

Toen Chroesjtsjov capituleerde voor de Amerikaanse druk en de raketten terug riep, zonder overleg met de Cubanen, was Fidel razend.

Het vertrouwen tussen de Cubanen en de Sovjet-Unie kwam op een dieptepunt te staan. Na een reis in de Sovjet-Unie keerde het vertrouwen bij Fidel terug maar bij Che bleef elk vertrouwen zoek. Che propageert de gewapende strijd in zijn boek “Guerrillaoorlog, een handboek”. Wat de woede van Moskou opwekt. Fidel legt de nadruk op het veilig stellen van de verworvenheden van de revolutie.

Het komt tot een nieuw akkoord tussen Moskou en Havana.

De Sovjet-Unie koopt de Cubaanse suiker aan voordelige prijzen en stelt zo de Cubaanse economie veilig. Maar het verwijdert Cuba steeds meer van haar ideaal om zich te bevrijden van de monocultuur, die haar zo afhankelijk maakt ten overstaan van het buitenland.

Deel 4.

Che heeft steeds meer oog voor de internationale strijd tegen het imperialisme.

Hij tracht tijdens een reis naar Moskou, in het najaar van 1964, de Sovjets te overtuigen om de gewapende strijd te ondersteunen. Het antwoord is Njet.

Fidel en Che bekommeren zich om Afrika, een continent dat aan zijn lot wordt overgelaten. Che verdwijnt van de aardbol. In het geheim zal hij proberen de revolutie in Congo terug tot leven te brengen. Maar de Congolese revolutie was op dat moment uitgeblust en de guerrilla-activiteiten van Che kennen een zeer pijnlijke afgang in november 1965, na zowat 7 maand strijd.

In het geheim keert Che terug naar Cuba en bereidt er een nieuw avontuur voor in Bolivia. Hij hoopt door het voeren van een succesvolle guerrilla oorlog in dat land de revolutie te doen uitbarsten in geheel het Zuid-Amerikaanse continent.

Het is pijnlijk dat Che de fout, die hij had gemaakt in Congo, herhaalt met fatale gevolgen voor hem en zijn moedige medestanders.

Alles zit Che en zijn plannen in Bolivia tegen: de weigering van de Communistische Partij van Bolivia om hem te steunen, de onwetendheid en angst van de bewoners, een vijand die zijn plannen en ambitie kent en de steun heeft van de Verenigde Staten en een terrein dat ongeschikt blijkt te zijn voor een geïsoleerde guerrillakern.

Dit moest slecht aflopen. Hij wordt gevangen genomen en op 9 oktober 1969 geëxecuteerd.

De hulde die Fidel brengt voor zijn gevallen kameraad bracht hebben de wereld ontroerd.

Zo eindigt de revolutionaire vriendschap tussen Fidel en Che.

In het wat bittere nawoord schrijft de auteur Reid-Henri dat de mislukking van de missie van Che in Bolivia en de dood van Che de grootste nederlaag was die Fidel tot dan had gekend. Hij vond dat de Sovjet-Unie voor een groot deel verantwoordelijk was voor de nederlaag van de guerrillabeweging van Che in Bolivia. Fidel stuurt dan ook zijn kat naar Moskou voor de vijftigste verjaardag van de Oktoberrevolutie.

De Cubaanse revolutie bleef in het teken staan van Che en de vriendschap van Fidel & Che. En de schrijver eindigt zijn boek met de volgende zin “… samen hebben ze meer bereikt dan ze afzonderlijk ooit zouden hebben gedaan”.

Frans De Maegd, augustus 2010

Over de auteur Reid-Henry

“Met zijn doctoraalscriptie over Cuba aan de universiteit van Cambridge won Simon Reid-Henry de prestigieuze prijs van Amerikaanse geografen voor de beste scriptie over economische geografie. Momenteel is hij relanceschrijver en geeft hij les aan het Queen Mary College van de Universiteit van Londen.

Fidel & Che verschijnt in 2009 meteen in tien landen”.

http://www.degeus.nl

Tekst op de achterflap

Fidel Castro en Ernesto ‘Che’ Guevara waren nog geen dertig toen ze elkaar in 1955, allebei in ballingschap, in Mexico ontmoetten. Guevara, de Argentijnse arts en astmalijder, heeft net zijn jarenlange motorreis afgerond. De boerenzoon, geleerde en rebel Fidel Castro moest Cuba ontvluchten omdat hij vreesde voor zijn leven. De volgende twaalf jaar, tot aan Guevara’s dood in 1967, zullen ze samen optrekken; in de Mexicaanse verzetsbeweging en de oorlog in de Cubaanse bergen, tot in het hartje van de Koude Oorlog.

Simon Reid-Henry deed uitgebreid onderzoek, kreeg toegang tot bronnen die tot voor kort ontoegankelijk waren en sprak met sleutelfiguren in Havana, Moskou en Washington. Voor het eerst legt hij het volledige verhaal achter deze cruciale vriendschap in de Cubaanse revolutie bloot: hun gedeelde revolutionaire ambities, hun onverenigbare persoonlijkheden en vooral ook de eigengereidheid die hen samenbrengt en de spanningen die hen uiteindelijk uit elkaar zouden halen.

Bespreking van het boek op het net.

http://www.uitpers.be/boek_view.php?id=2585

http://cubaplaza.nl/viewtopic.php?f=26&t=3065


[i] De personencultus rond Che stoort niemand omdat de verdiensten van Che gekend zijn door de huidige (oudere) generatie en symbool staat voor rebellie voor de jongeren, die de historische figuur niet kennen

barricade_femmes_Commune_1871  Hoe het begon

Op 18 maart 1871 neemt de Nationale Garde, na een korte opstand, de macht in Parijs.
De opstand en de overwinning van de Parijzenaars zijn het resultaat van de capitulatie van de Franse regering in de Duits-Franse oorlog van 1870-1871. Daarnaast zijn ze het resultaat van de strijd die de arbeidersklasse in Frankrijk voerde in alle revoluties en opstanden sinds de grote Franse Revolutie van 1789. In al die revoluties en opstanden knapte het volk het “vuile” werk op voor de burgerij of fracties ervan maar het werd daarna beloond met nog meer onderdrukking en nog meer uitbuiting, dit in een land waar het kapitalisme en zijn industrialisatie opgang maakte.

Napoleon III[1] had Pruisen de oorlog verklaard op 19 juli 1870. Hij vreesde dat Frankrijk zijn invloed zou verliezen op het West-Europese continent indien Pruisen onder leiding van Bismarck in staat zou zijn de verschillende Duitse staten en staatjes tot een natie te verenigen. Hij hoopt op een snelle overwinning maar lijdt in Sedan op 2 september een nederlaag en hij wordt gevangen genomen. Daarop breekt in Parijs een opstand uit en op 4 september wordt de republiek uitgeroepen. De burgerlijke regering belooft het vaderland te zullen verdedigen. Wanneer de Duitse troepen vanaf 18 september Parijs belegeren is zij verplicht de werkers van Parijs te bewapenen en een Nationale Garde[2] op te richten. Ondanks de honger en de koude houdt zij, samen met de bevolking stand tegen de Duitsers en organiseren ze vanuit de stad drie tegenaanvallen. Die mislukken echter omwille van een slechte aanpak.

Maar vanaf februari 1871 bereidt de regering de capitulatie voor, niet in het minst omdat de burgerij de gewapende arbeiders vreest. Op 1 maart keurt het parlement de capitulatie goed. Het vredesakkoord is een grote vernedering voor Frankrijk. Het verliest ondermeer de Franse provincies Elzas-Lotharingen en moet aan Duitsland een oorlogsschatting betalen van 5 miljard goudfrank, ruim het dubbele van de jaarlijkse staatsbegroting. De woede om zoveel lafheid en verraad is groot bij de bevolking van Parijs.

De Parijzenaars aanvaarden daarom de capitulatie niet en willen de strijd tegen Duitsland verder zetten.

Maar de regering had dat voorzien en nam al in februari een aantal politieke maatregelen. De vergoeding van de leden van de Nationale Garde van 1,5 frank per dag werd vanaf 15 februari afgeschaft. Deze maatregel had catastrofale sociale gevolgen. Er was massale werkloosheid en de vergoeding van 1,5 frank per dag had het mogelijk gemaakt om te overleven gedurende de belegering van Parijs. Het aantal leden van de Nationale Garde, zowat 180.000 man tijdens het beleg, kromp snel in tot 100.000 gewapende mannen.

In de hoop de agitatie te doen stoppen, worden de politieke clubs gesloten en zes linkse kranten verboden.

Na de capitulatie neemt de regering antisociale maatregelen om de oorlogsbelasting te doen betalen en het volk te demoraliseren. Het uitstel van het betalen van de huurachterstand sinds juli 1870 en van de betaling van de schulden (dit trof vooral de middenstand) wordt teniet gedaan op 10 maart.

Maar het belangrijkste doel van de regering was de ontwapening van de werkers van Parijs. Wie de wapens heeft, heeft de macht of kan die grijpen. De meerderheid van de Nationale Garde maakt zich midden februari los van de controle van de burgerlijke regering. Op dat moment hebben zowat twee derde van de bataljons hun krachten gebundeld. Op 15 maart verkiezen de leden van de Nationale Garde een Centraal Comité. Dit Centraal Comité vormt in wezen “een staat, binnen de staat”. De burgerij oordeelt dat het vernietigd moet worden.

De geboorte van een arbeidersstaat

In de vroege ochtend van 18 maart 1871 proberen regeringstroepen de kanonnen van de Nationale Garde op de Butte Montmartre[3] weg te slepen. Door de tussenkomst van het volk mislukt deze poging. De regeringstroepen van het 88e regiment verbroederen met het volk en fusilleren standrechtelijk hun regimentsgeneraal Lecomte. Generaal Clement Thomas ondergaat hetzelfde lot. Van dan af gaat het snel. Tegen de avond van die historische 18e maart 1871, is het volk meester over de stad en zijn de vertegenwoordigers van de regering en een deel van de burgerij naar Versailles[4] gevlucht.

Om de Commune van Parijs een legaal karakter te geven organiseert het Centraal Comité democratische verkiezingen[5] op 26 maart. 90 leden van de Commune worden verkozen. Maar slechts 70 van hen zullen zetelen. In het bestuur van de Commune zaten 25 arbeiders. De arbeiders waren dus niet in de meerderheid. Toch kan men spreken over een arbeidersregering. De politieke en sociale maatregelen van de Commune maken dit duidelijk.

De belangrijkste doelstelling van de Commune is het bestaande staatsapparaat te vernietigen. “De commune moest al meteen erkennen dat de arbeidersklasse, eenmaal aan de macht gekomen, niet met het oude staatsapparaat kon verder werken”[6], zegt Friedrich Engels. In zijn Adres (van 12 juni 1871) aan de Algemene Raad van de Internationale Arbeidersvereniging[7] legt Marx uit waarom de arbeidersklasse “de bestaande staatsmachine niet eenvoudig in bezit (kan) nemen en voor haar doeleinden in beweging kan zetten”.[8] Het burgerlijk staatsapparaat is gedurende de tweede helft van de 19e eeuw een bureaucratisch-militair apparaat geworden van de heersende klasse tegen het proletariaat. Zelfs de parlementaire republiek[9] is een dictatuur van de burgerij tegen de werkende klasse.

In plaats van de parlementaire democratie, kiest de Commune voor een totaal nieuw type staat. Een van de eerste maatregelen is de afschaffing van het staande leger dat wordt vervangen door de volksmilitie van de Nationale Garde. Het gewapende volk verzekert de macht van de arbeidersklasse en verdedigt haar.

De Commune wordt het machtsorgaan in Parijs. “De Commune bestond uit negentig[10]gemeenteraadsleden, die door het algemeen kiesrecht, in de verschillende districten van Parijs waren verkozen. Zij waren verantwoordelijk en te allen tijde afzetbaar. Voor het merendeel waren zij arbeiders of erkende vertegenwoordigers van de arbeidersklasse. De Commune zou geen parlementair, maar een werkend lichaam zijn, tegelijkertijd uitvoerend en wetgevend. De politie, tot dusver het werktuig van de staatsregering, werd onmiddellijk van al haar politieke eigenschappen[11] ontdaan en werd een verantwoordelijk en ten allen tijde afzetbaar werktuig van de Commune, net als de ambtenaren van alle andere takken van bestuur. De leden van de Commune en de openbare dienst moesten werken aan een arbeidersloon[12].”[13]

Door het leger en de bureaucratie af te schaffen, de twee duurste uitgavenposten van de vroegere staat, en door alle macht aan het volk te geven, wordt de Commune een goedkope regering. Vele taken die vroeger door ambtenaren werden uitgevoerd, worden door de arbeiders zelf in handen genomen, meestal in hun vrije tijd.

De Commune roept de scheiding uit van kerk en staat. Zij breekt “het geestelijk onderdrukkingswerktuig, de macht van de priesters. (…) Ze decreteert de ontbinding en de onteigening van alle bezittingen van de geestelijkheid.”[14]

De Commune heeft ook een internationaal karakter. De Hongaar Frankel[15] wordt commissaris van arbeid, en de Poolse[16] generaals Dombrowski[17] en Wroblewski[18] leiden de militaire verdediging van Parijs. De Vendôme-kolom[19], het symbool van het Frans chauvinisme en imperialisme, wordt op 16 mei, onder feestgedruis, omgetrokken.

De Commune hoopte dat de andere steden in Frankrijk hun voorbeeld zouden volgen en dat in alle gemeenten van het land Communes zouden worden opgericht. De pogingen om Communes uit te roepen in Lyon, Marseille, Saint-Etienne, Narbonne, Toulouse en Limoges werden na enkele dagen teniet gedaan.

Na het opsommen van alle politieke kenmerken van de Commune besluit Marx: “Haar waar geheim was dit: zij was in wezen een regering van de arbeidersklasse, het resultaat van de strijd van de voortbrengende tegen de toe-eigenende klasse, de eindelijk ontdekte politieke vorm waaronder de economische bevrijding van de arbeid zich kon voltrekken”[20].

Sociale maatregelen van de Commune

De Commune en haar commissies[21] namen een aantal belangrijke sociale maatregelen ten voordele van de arbeiders en de middenklasse die in het begin de Commune steunde. Een deel van die maatregelen werden in de eerste plaats ingegeven door de sociale noden van het tweede beleg[22] en de burgeroorlog, maar het was zeker de bedoeling die maatregelen te behouden na de (onmogelijke) overwinning. Een deel van die uitgevaardigde maatregelen bleven echter dode letter door gebrek aan tijd en middelen.

Hoe dan ook, de arbeidersklasse in Europa zal nog tientallen jaren moeten strijden om een deel van die sociale verwezenlijkingen af te dwingen. Zelfs vandaag zijn sommige van die maatregelen nog geen feit. Oordeel zelf:

  • De verlenging van het uitstel voor het betalen van de huur en schulden. Het is verboden mensen op straat te zetten
  • Rechtszaken en juridische bijstand worden gratis. De akten van de notarissen moeten gratis ter beschikking worden gesteld. Deurwaarders worden staatsambtenaren.
  • Pensioen voor de weduwen en wezen van de oorlogsslachtoffers. Het is ook de bedoeling deze uit te breiden tot alle weduwen en wezen.
  • Opheffing van het verschil tussen wettige en onwettige[23] kinderen.
  • Inrichting van voedselbanken en kantines voor de noodlijdenden.
  • Afschaffing van kansspelen en straatprostitutie.
  • De omvorming van een pandjeshuis tot een bank voor goedkoop krediet wordt overwogen. Het verkopen van niet afgehaalde goederen wordt verboden. Wie goederen had verpand voor minder dan 20 frank kon zijn eigendom gratis terughalen.
  • Dank zij de scherpe controle van de Commissie voor de bevoorrading, verloopt deze vrij vlot en wordt het leven niet duurder.
  • Er starten discussies over vakantiegeld voor de werkers en kindergeld…
  • De guillotine wordt verbrand op 6 april 1871 door de Nationale Garde (het was bijna altijd de kleine man die onder “het scheermes” werd gelegd).

De maatregelen van de Commune op het gebied van onderwijs, cultuur en werkgelegenheid vragen extra aandacht.

  • Het onderwijs is verplicht en gratis. Het wordt een lekenonderwijs (de katholieke kerk had nog meer dan de helft van de scholen in handen). Veel aandacht ook voor de oprichting van vakscholen, ook voor meisjes. Leraars en leraressen krijgen hetzelfde loon.
  • Verlaten ateliers worden omgevormd tot coöperatieven, onder arbeidersbeheer. De Commune laat wel na de grote ateliers en de bedrijven te onteigenen.
  • Vaste contracten worden aangemoedigd en een minimum loon opgelegd. Een beurs voor werkzoekenden en werkgevers wordt gepland.
  • De boetes in de bedrijven worden afgeschaft, alsook de nachtarbeid (voor de bakkers).
    Coöperatieven hebben voorrang bij het verwerven van bestellingen van de Commune (bv kledij, schoenen…)
  • Kunst en cultuur, onder leiding van Courbet[24], moeten het volk dienen. Het burgerlijke en conservatieve academisme wordt afgezworen. Kunstscholen voor het volk worden opgericht. De musea worden geopend voor het volk. De toegang is gratis.

De rol van de vrouwen tijdens de Commune valt niet te onderschatten. Ze hebben geen stemrecht, maar dat belette niet dat ze bijzonder actief waren.

Zonder de steun en de aansporingen van de vrouwen zouden de mannen het niet lang hebben uitgehouden. De vrouwen kunnen zich organiseren in verschillende clubs zoals het “Comité des femmes” en de “Union des femmes pour la défense de Paris et les soins aux blessés”. De meest gekende vrouw van de Commune was zeker de anarchiste Louise Michel[25].

De vrouwen zijn tijdens de gevechten op de barricaden actief als verpleegster, cantinière en ze laden de geweren van de mannen. Sommigen nemen zelfs de wapens op, “zoals de amazones van de Seine”. De deelname van de vrouwen aan de Commune en de gewapende weerstand wordt bespot door de burgerij en haar pers. Vrouwen, met de broek, zijn het onderwerp van vele karikaturen.[26].

De tekortkomingen van de Commune

Het enthousiasme van Marx voor de Commune maakt hem niet blind voor de tekorten van de Commune, tekorten die de val van de Commune versnelden.

Karl Marx schrijft aan zijn vriend Kugelmann op 12 april 1871 (tijdens de Commune dus): “De geschiedenis kent geen dergelijk voorbeeld van gelijksoortige grootheid! Wanneer zij (de Communards, nvdr) worden verslagen, is dit alleen te wijten aan hun ‘zachtmoedigheid’. Men had onmiddellijk naar Versailles moeten optrekken (…). Uit gewetensbezwaren lieten zij het goede ogenblik voorbij gaan. Men wilde de burgeroorlog niet beginnen, alsof het misbaksel[27] Thiers de burgeroorlog niet al begonnen was met zijn poging tot ontwapening van Parijs! De Parijzenaars begaan ook de fout om de vertegenwoordigers van de regering en de hoge ambtenaren niet onmiddellijk op 18 maart te arresteren. Pas nadat de regering haar (militaire nvdr) krachten versterkt had, trekken enkele duizenden Communards naar Versailles waar ze in de pan gehakt werden. Het initiatief kwam veel te laat.”[28]

Marx ziet bij de Parijzenaars ook een tweede fout: “Het Centraal Comité (van de Nationale Garde, nvdr) gaf zijn macht te vroeg uit handen om voor de Commune plaats te maken.”[29] De Parijzenaars begrepen niet dat het belangrijkste vraagstuk, na het nemen van de macht in Parijs, het militair verslaan van regering en burgerij is, door het winnen van een burgeroorlog over heel Frankrijk. De leiding van de Commune (tot de overwinning van de burgeroorlog) in handen laten van het Centraal Comité van de Nationale Garde zou geen militarisme zijn. De Nationale Garde bestond uit 100.000 arbeiders en werkers, die hun officieren en het Centraal Comité, democratisch hadden verkozen. Bovendien konden de leden van het Centraal Comité en de officieren afgezet worden. De Commune rekende er echter op dat heel Frankrijk, vreedzaam haar voorbeeld zou volgen en dat de burgerlijke regering, ontmoedigd na haar nederlaag, van het politieke toneel zou verdwijnen. Elke revolutie is een oorlog op leven en dood. De oude reactionaire klasse laat zich niet makkelijk verslaan en rekent erop vroeg of laat terug te slaan.

Bij het vernietigen van het kapitalisme kan men ook niet verwachten dat de burgerij de strijd zal opgeven en haar paradijs verloren[30] zal laten gaan. De Commune laat na de bank van Frankrijk te nationaliseren. Die bank leent zowat 20 miljoen aan de Commune[31] maar tegelijk ook meer dan 250 miljoen aan de contrarevolutie in Versailles.

De Commune voert ook zeer weinig repressie uit.

Een betoging op 22 maart van de burgerlijke Partij van de Orde wordt toegestaan totdat blijkt dat het om een gewapende provocatie gaat. De eerste weken mogen de burgerlijke kranten, zoals LeFigaro, nog verschijnen in Parijs. In die kranten wordt agitatie gevoerd tegen de Commune en ze geven zelfs details vrij over de verdedigingswerken in Parijs.

Wanneer de troepen van Versailles, bij de begin van de aanval tegen Parijs systematisch Communards standrechtelijk fusilleren, neemt de Commune enkele tientallen gijzelaars (waaronder de bisschop van Parijs, priesters, monniken, spionnen…) en dreigt ermee voor elke gefusilleerde Communard twee gijzelaars te fusilleren. Maar ze voeren hun dreiging[32] niet uit terwijl Versailles mateloos Parijzenaars doodt.

De Commune toont veel militaire onbekwaamheid. Ze was niet in staat de verdediging van de stad onder één centraal militair commando te plaatsen. Zeer bekwame generaals geven er de brui aan omdat de officieren van de Nationale Garde hun bevelen in vraag stellen, eerst hun manschappen willen raadplegen, niet graag buiten de grenzen van de wijk gaan vechten… Het aantal beschikbare leden van de Nationale Garde daalde van meer dan 100.000 naar 30 tot 40.000 gardes die het moesten opnemen tegen 110.000 regeringstroepen.

De Commune verwaarloost de bewaking en de verdediging van de forten en de wallen.[33]Wanneer op 21 mei de troepen van Versailles via de Porte de Saint Cloud in het zuiden van Parijs, in de buurt van de rijke arrondissementen, de stad binnendringen, stuiten ze op geen enkele weerstand. De bewakers nemen deel aan een feest in het park van de Tuileries, in het centrum van de stad.

Pas wanneer de regeringstroepen diep in Parijs doorstoten, organiseert de Commune de weerstand. Maar in plaats van de beste krachten op strategische punten in Parijs in te zetten, geeft de leider van de Commune Delescluse na enkele dagen het bevel dat iedereen zijn eigen wijk moet verdedigen en dat “elk militarisme” moet worden afgewezen.

De Commune toonde een grote eenheid, zin voor initiatief en slagkracht als het ging om sociale en democratische maatregelen maar in het uitvoeren van haar belangrijkste taak, de militaire verdediging en de uitbreiding van de opstand, schoot ze zwaar tekort.

In de Commune zaten heel wat verschillende stromingen die elkaar in het verleden hadden bestreden. Tijdens de Commune hebben ze zich verenigd maar op cruciale punten blijven ze het oneens. De blanquisten[34] rekenen op een revolutionaire dictatuur, de proudhonisten[35], moeten van politiek en klassenstrijd niets weten, en de neojacobijnen dromen ervan de gloriedagen van Robespierre te doen herleven. Er waren ook enkele leden van de Internationale maar die waren het ook niet altijd met elkaar eens. Er ontbrak een leidend figuur. Blanqui had een dergelijke leider kunnen zijn maar hij bleef gevangen.

Om toch een beetje leiding en autoriteit te geven wordt een Comité de salut public gevormd maar ook dat blijkt vrij machteloos.

Marx neemt het gebrek aan “communisme” niet kwalijk: “De arbeidersklasse eiste geen wonderen van de Commune. Zij behoeft geen kant-en-klare utopieën bij volksbesluit in te voeren. Zij weet dat zij, om haar eigen bevrijding en daarmee het socialisme te realiseren, die hogere levensvorm die de huidige maatschappij door haar eigen economische ontwikkeling onweerstaanbaar tegemoet gaat, – dat zij een langdurige strijd, een hele reeks van historische processen moet doormaken, die de mensen en de omstandigheden zullen veranderen. Zij hoeft geen idealen te verwezenlijken; zij moet slechts de elementen van de nieuwe maatschappij vrijmaken, die zich al in de schoot van de ineenstortende bourgeoismaatschappij hebben ontwikkeld.”[36]

De Commune, voorbode van nieuwe proletarische revoluties

Engels noemt de Commune van Parijs “de dictatuur van het proletariaat”.[37] Dat was ze zeker, maar slechts in een embryonale fase. Lenin wijst erop dat het socialisme in 1871 in Frankrijk niet kon overwinnen.

“Minstens twee voorwaarden moeten aanwezig zijn, wil een socialistische revolutie zegevieren; de productiekrachten moeten een hoge trap van ontwikkeling bereikt hebben en het proletariaat moet voorbereid zijn. In 1871 ontbraken echter beide voorwaarden. Het Franse kapitalisme was nog weinig ontwikkeld; Frankrijk was toen een overwegend kleinburgerlijk land (een land van handwerkers, boeren en middenstand). Anderzijds was er geen arbeiderspartij. Het ontbrak de arbeidersklasse aan voorbereiding en langdurige scholing en ze was niet in staat zich een duidelijk beeld te vormen van wat haar te doen stond en hoe dit bereikt kon worden. Er bestond geen ernstige politieke organisatie van het proletariaat en er waren geen sterke vakverenigingen en coöperaties.”[38]

De troepen van Versailles veroveren Parijs gedurende de bloedige week van 21 tot 28 mei 1871.

Lenin: “Bijna 30.000 Parijzenaars werden door de verdierlijkte soldateska vermoord, ongeveer 45.000 werden gevangengenomen. Velen van hen zijn later ter dood gebracht of bij duizenden gevangen gezet of verbannen. Parijs verloor ongeveer 100.000 van zijn zonen, onder wie de beste arbeiders uit alle beroepen.”

De bourgeoisie was voldaan. “Nu is het met het socialisme voor lange tijd gedaan!” verklaarde haar leider, de bloeddorstige dwerg Thiers, na het bloedbad dat hij en zijn generaals het Parijse proletariaat hadden voorbereid.

Maar Lenin voegt er onmiddellijk aan toe: “Deze burgerlijke raven hadden echter tevergeefs gekrast. Nauwelijks zes jaar na het neerslaan van de Commune, toen vele strijders nog in de gevangenis en in verbanning smachten, kwam in Frankrijk al een nieuwe arbeidersbeweging op. Een socialistische generatie, verrijkt door de ervaringen van hun voorgangers, maar helemaal niet ontmoedigd door een nederlaag, greep zij de vlag die uit de handen van de Commune strijders was gevallen en droeg het vol vertrouwen en moedig voort onder de leuze: ‘Leve de socialistische revolutie! Leve de Commune!’ En nog een paar jaar later dwong de nieuwe arbeiderspartij, en de door deze in heel het land gevoerde agitatie, de heersende klasse om de nog gevangen Communards vrij te laten.”[39]

“De nagedachtenis van de Commune-strijders wordt niet alleen door de Franse arbeiders, maar door die van heel de wereld in ere gehouden. Want de Commune streed voor de bevrijding van heel de arbeidende mensheid, voor iedereen die vernederd en beledigd werd.”

“Het schouwspel van haar ontstaan en ineenstorten – van een arbeidersregering die meer dan twee maanden lang de hoofdstad van de wereld beheerste en een proletariaat dat heldhaftig streed en na de nederlaag zozeer leed – kon de moed van miljoenen arbeiders slechts verhogen, hen nieuwe hoop geven en hun sympathie voor het socialisme vergroten. Het gedonder van de kanonnen van Parijs heeft de achterlijkste lagen van het proletariaat uit een diepe slaap gewekt en de revolutionaire en socialistische propaganda overal aangespoord. Daarom is het werk van de Commune niet dood, het leeft tot de huidige dag in ons allen voort. De zaak van de Commune is de zaak van de socialistische revolutie, de zaak van de volledige politieke en economische bevrijding van de werkers, de zaak van het tweede proletariaat. In deze zin is zij onsterfelijk.”[40]

Lenin zal de leer van Marx en Engels over de staat grondig bestuderen en samenvatten in zijn boekStaat en Revolutie, geschreven in de zomer van 1917 – op de vooravond van de Oktoberrevolutie. In dat werk besteedt hij veel aandacht aan de Commune van Parijs.

Hij zal met de positieve en negatieve lessen van de Commune rekening houden om de Sovjetmacht te verwezenlijken.

Vandaag lijken volgende opmerkingen van Lenin van levensbelang voor de voorbereiding van de socialistische revolutie in België en Europa.

“Het Europees proletariaat heeft van de Commune geleerd, dat de taken van de socialistische revolutie concreet gesteld moeten worden.”

“Dankzij de lessen van de Commune wist het proletariaat dat het ook vreedzame strijdmiddelen niet mocht versmaden, want deze dienen zijn dagelijkse belangen en zijn onontbeerlijk bij het voorbereiden van revolutie. Nooit mag het proletariaat echter vergeten dat de klassenstrijd onder bepaalde omstandigheden de vorm van gewapende strijd en burgeroorlog aanneemt. Er zijn ogenblikken waarop de belangen van het proletariaat eisen dat de vijanden in open gevecht meedogenloos vernietigd worden.”[41]

18 maart 2011

Dit artikel verscheen in Marxistische Studies nummer 94/2011 naar aanleiding van de 140 ste verjaardag van de Commune van Parijs (1871)

Frans De Maegd (°1947) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij geeft sinds 1986 conferenties en lessen over de marxistische theorie van de staat. Lenins werk Staat en Revolutie (1917) neemt daarbij een centrale plaats in, naast de ervaring van de Commune van Parijs. Frans De Maegd organiseert marxistische wandelingen in Brussel en ook citytrips naar het Parijs van de revoluties (1789-1871).


[1]        Louis Napoleon Bonaparte (1808-1873), neef van keizer Napoleon I, pleegde op 2 december 1851 als president van Frankrijk een militaire staatsgreep. Een jaar later riep hij het Tweede Keizerrijk uit en noemde zichzelf Keizer Napoleon III. Onder zijn dictatuur kende het kapitalisme en de industrialisering van Frankrijk een grote bloei.

[2]       Oorspronkelijk was de Nationale Garde, de gewapende macht van de burgerij van Parijs. Maar bij het uitroepen van de Derde Republiek in september 1870 werden de arbeiders van Parijs toegelaten tot de Nationale Garde. Van de 254 bataljons, bestond de grote meerderheid uit arbeidersbataljons. Bij het begin van de Commune verlieten de burgerlijke bataljons Parijs. Na de val van de Commune werd de Nationale Garde volledig ontbonden.

[3]        Waar nu de Sacré-Coeur kathedraal staat.

[4]        Het parlement, de Assemblée, was na de capitulatie niet vanuit Bordeaux naar Parijs verhuisd maar wel naar Versailles, omwille van de onrust in de grootstad.

[5]        Democratisch voor die tijd… want vrouwen hadden geen stemrecht en konden niet verkozen worden. Het zal tot de 20e eeuw duren voordat de arbeiders- en democratische beweging het stemrecht voor vrouwen kan afdwingen.

[6]        F. Engels, Inleiding (1891) in De burgeroorlog in Frankrijk van Karl Marx, Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 19.

[7]        De (Eerste) Internationale werd op 28 september 1864 in Londen opgericht. Ze werd ontbonden in 1872 omwille van de afscheuring van de anarchisten. In 1889 werd de Tweede Internationale gesticht in Parijs, op initiatief van Engels. In 1919 stichtte Lenin de Derde Internationale omwille van het overlopen van de Tweede Internationale naar de burgerij.

[8]        K. Marx, De burgeroorlog in Frankrijk, Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 75.

[9]        Het parlement en de regering van de Derde Franse Republiek was, na de vernietiging van het Tweede Keizerrijk, democratisch aan de macht gekomen na verkiezingen. Meer nog, de capitulatie was zelfs goedgekeurd door de meerderheid van de (vooral boeren) bevolking omwille van de defaitistische propaganda van de machthebbers.

[10]      Het aantal gemeenteraadsleden dat zal deelnemen aan de Commune zal snel dalen want bij de eerste tegenslagen verlaten de vertegenwoordigers uit de rijke wijken het gemeentebestuur.

[11]      De Franse tekst luidt: “la police fut immédiatement dépouillée de ses attributs politiques”. (http://www.marxists.org/francais/ait/1871/05/km18710530c.htm). Met politieke taken die de politie opneemt bedoelt Marx het bespioneren en controleren van de bevolking, voornamelijk de oppositiekrachten.

[12]      Cursief in de tekst van Marx.

[13]      K. Marx, De burgeroorlog in Frankrijk, Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 79

[14]      K. Marx, Idem p. 79

[15]      Leo Frankel (1844-1896), goudsmid. Vertegenwoordiger van de Hongaarse afdeling van de Internationale.

[16]      De Polen waren in de 19e eeuw, naast de Fransen, het meest revolutionaire volk in Europa. Marx en de Internationale eerden elke verjaardag van de verschillende opstanden in Polen.

[17]      Jaroslaw Dombrowski (1836-1871) Poolse revolutionaire democraat, nam deel aan de Poolse nationale bevrijdingsbeweging in de jaren 1860. Hij werd in mei 1871 de opperbevelhebber van de Commune en sneuvelde op de barricaden.

[18]      Walery Wroblewski (1836-1908) Poolse revolutionaire democraat, was samen met Dombrowski uit Polen gevlucht na de opstand van 1863.

[19]      Deze stenen zuil met bas-reliëfs in het brons verheerlijken de overwinning van de Franse Keizer Napoleon I te Austerlitz. Na de Commune werd de kunstenaar Courbet verantwoordelijk gesteld voor de vernietiging en diende hij het herstel van de kolom te betalen.

[20]      K. Marx, De burgeroorlog in Frankrijk, Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 83

[21]      Er waren 10 commissies: militaire, buitenlandse zaken, veiligheid, gerecht, financies, onderwijs, openbare onderstand, bevoorrading, openbare werken en arbeid, elk onder leiding van een commissaris.

[22]      Vanaf eind maart omsingelde de Franse regering Versailles en sloot ze het zuiden van Parijs af van de rest van het land. Terwijl in het noorden de Duitse troepen de stad van de buitenwereld afsloten.

[23]      Zowat een derde van de arbeiders en arbeidsters waren niet getrouwd omdat het leven zo onzeker en kort was. Bovendien was het huwelijk nog grotendeels kerkelijk en hielden de proleten niet van burgerlijke conventies.

[24]      Gustave Courbet (1819-1877) was de belangrijkste realistische kunstschilder uit de 19e eeuw.

[25]      Louise Michel (1830-1905) was oorspronkelijk onderwijzeres. Tijdens de bloedige week vecht ze op de barricaden. Ze wordt gevangen genomen en veroordeeld tot eeuwigdurende ballingschap. In Nieuw-Caledonië steunt ze de opstand van de Kanaken. Na de amnestie van 1880 keert ze terug naar Frankrijk en zet ze zich in voor de erkenning van de Commune en ze schrijft haar memoires over die periode.

[26]      Ook bij de mannen van de Commune konden ze niet altijd rekenen op begrip en steun. Het mannelijke chauvinisme valt niet automatisch weg bij de doorbraak van het socialisme.

[27]      Marx spot met de regeringsleider Thiers’ kleine gestalte.

[28]      K. Marx, Brieven aan Kugelmann, Pegasus, Amsterdam, 1977, p. 99-100.

[29]      K. Marx K., Brieven aan Kugelmann, Pegasus, Amsterdam, 1977, p. 99-100.

[30]      De nederlaag van de Commune bewijst dat. Maar ook de jonge Sovjetstaat heeft gedurende minstens vier jaar een vreselijke burgeroorlog moeten voeren om de bovenhand te halen.

[31]      Het financieel beleid van de Commune was voorbeeldig. Na de val van de Commune werd er geen fraude, verduistering of corruptie ontdekt. De Commune had naast de inkomsten van de gemeentebelastingen en de indirecte belastingen (die ze nog niet bij macht was af te schaffen) nood aan een lening om de oorlog te kunnen voeren. De Commune gaf 42 miljoen uit. Daarvan ging ¾ naar de militaire verdediging.

[32]      Het niet uitvoeren van die maatregel maakt alle dreigingen van de Commune ongeloofwaardig.

[33]      Waar de wallen van Parijs stonden, bevindt zich nu de gekende ring rond Parijs met haar vele portes (vroegere poorten).

[34]      Louis Auguste Blanqui (1805-1881) streed in zijn tijd voor nieuwe ideeën zoals het algemeen stemrecht, de gelijkheid van mannen en vrouwen, de afschaffing van de kinderarbeid. Hij meende dat de revolutie het werk moest zijn van een klein aantal personen die een tijdelijke dictatuur moest instellen waarin de basis wordt gelegd van een nieuwe sociale orde. Later draagt zij de macht dan over aan het volk. Hij dankt zijn bijnaam L’Enfermé (De Gevangene) aan het feit dat hij het grootste deel van zijn leven – 33 jaar – in gevangenschap doorbracht.

[35]      Aanhangers van de Franse socioloog en economist Proudhon (1809-1865). Ideoloog van het kleinburgerlijk socialisme. Een van de grondleggers van het vreedzaam anarchisme.

[36]      K. Marx, De burgeroorlog in Frankrijk, Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 84 en 85.

[37]      Bijdrage van F. Engels ter gelegenheid van de twintigste verjaardag (maart 1891), gepubliceerd als inleiding van de Burgeroorlog in Frankrijk (K. Marx, 1871), Pegasus, Amsterdam, 1978, p. 21-22.

[38]      W.I. Lenin, “Ter herinnering aan de Commune”, artikel in de Rabotsjaja Gazete”, nr. 4-5, 28 (15) april 1911, te vinden in het boekje met artikels en teksten (passages) over de Commune; W.I. Lenin, Over de Commune, Progres, Moskou, p. 18.

[39]      Op 11 juli 1880 kwam er algemene amnestie voor alle veroordeelde Communards.

[40]      W.I. Lenin, “Ter herinnering aan de Commune”, artikel in de Rabotsjaja Gazete, nr. 4-5, 28 (15) april 1911.

[41]      W.I. Lenin, “Lessen uit de Commune van Parijs”, 1908, bijdrage te vinden in het boekje met artikels en teksten (passages) over de Commune; W.I. Lenin, Over de Commune, Progres, Moskou, p. 14-15

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.